Europese Logistieke Vervoerders coöperatie

ELV
Laan der Verenigde Naties 83
3316 AK Dordrecht
Nederland
+31 78 63 21 270
ELV France SARL
67 Rue de Luxembourg
59777 Euralille
Frankrijk
+31 78 63 21 279
Leden info
Gebruikersnaam: Code:
TWITTER
AVIS
FR/2018/11682
Arrets de navigation
Seine à l'aval de Paris
FR/2018/11680
Restriction de navigation
Seine à l'aval de Paris
FR/2018/11676
Simple Information
Seine
FR/2018/11659
Restriction de navigation
Seine à l'amont de Paris
FR/2018/11650
Restriction de navigation
Yonne
FR/2018/11649
modifiant l'avis FR/2018/08458
Canal de la Marne au Rhin, branche Ouest

Reis 3: van Chalons-sur-Marne naar Herent

Maandag 27 oktober

- "Hoe laat ben je er?"
- "Rond kwart over acht, ik ben net door Sarry."
- "Ik heb hier alvast gekeken waar we kunnen eten. Er is hier een Turk, twee maal pizza, nog meer Turk, kebab en Tandoori. Alles in de betaalbare prijsklasse. Ze brengen ook thuis, maar dan mis je de couleur locale. De pizzeria wordt bijvoorbeeld gerund door een volbloed Chinees!"

In afwachting van de komst van Rens en de Veridis Quo zit ik aan het begin van de avond aan een blikje bier bij de plaatselijke pizzeria hier in Chalons. En breng de tijd door met een beetje slap geklets via de telefoon.

Het is al inmiddels wintertijd en dus al helemaal donker als de Veridis Quo langzaam de bocht om komt. Van verre schijnen de felle schijnwerpers op de boeg me in de ogen.

Veel palen om aan te leggen zijn hier niet. De twee die ik onder het gras opduikel zijn van matige kwaliteit. Maar liggen is liggen en we gaan samen naar de pizzeria. Die wordt overigens niet gerund door een Chinees (zoals ik eerder aannam), maar door een volbloed Vietnamees. Dat blijkt als we een praatje aanknopen. De man is ruim dertig jaar geleden als bootvluchteling zijn land ontvlucht.

We stuiten zo maar op een stukje wereldgeschiedenis. Want honderdduizenden Vietnamezen waren vanaf midden jaren zeventig op de vlucht voor het communisme nadat de Amerikanen de strijd in Vietnam hadden moeten opgeven. En het mag gezegd worden: zijn pizza smaakt goed.

Dinsdag 28 oktober

We hebben een dagje over omdat we morgen pas kunnen laden hier in Chalons. De silo is niet meer dan een kilometer of twee varen. Nadat we liggen is het freestyle klusjesdag. Ik ga met het vouwfietsje een werkjas kopen. De Brico heeft ze, maar wel helemaal aan de andere kant van de stad. Met een prachtig geel-fluoriserende jas - en dat voor Euro 39,95! - kom ik terug. Dan slaat het noodlot toe: lekke band.

Thuisgekomen na een ongewilde wandeltocht heeft een bandenplakpoging geen kans van slagen. Het goedkope Aldifietsje blijkt uitgerust met goedkope Aldibandjes die op de naad scheuren. Daar kan geen bandenplakset tegenop.

Woensdag 29 oktober

Tssssssssss. Met een zacht geruis stroomt het goudgele graan via een pijp van de silo ons ruim in. Wat een mooi product is dat! Helemaal omdat we weten dat er straks bier van wordt gemaakt. Het is de beste kwaliteit, legt Rens uit. Deze gerst gaat naar de brouwerij, mindere soorten worden als veevoer gebruikt. Een voordeel voor ons: deze kwaliteit stoft het minst.

Met een paar keer verhalen verdelen we de lading over het ruim. Het idee is om het voorschip een paar centimeter dieper te leggen dan achter. Dat heeft als voordeel dat als je de bodem raakt alleen aan de voorkant vast komt te zitten. Ik zie het nu ook op foto's van spitsen: geladen liggen de meesten net iets voorover. Vandaar dus. Ik oefen met ijkopnemen, want dat zit straks in het examen matroos.

Donderdag 30 oktober

We staan om kwart over acht op om Mattijn van de Nano even te helpen met zijn ruim open te leggen. Gisteravond tegen tienen hebben we in het stikdonker langzij bij hem vastgemaakt hier in Courmelois. Mattijn gaat ook gerst laden. In no time zijn de luiken er af en kan de controleur zijn goedkeuring geven.

Terwijl Mattijn gaat laden varen wij richting Reims. Rens weet er een Aldi pal aan het water. Dat scheelt in het sjouwen, het is inderdaad maar een paar stappen lopen. Ik koop de noodzakelijke boodschappen voor het avondeten - vooral verse spullen die we kunnen combineren met dingen die al aan boord zijn. Rens volgt later met het bier. Mooie taakverdeling.

Vrijdag 31 oktober

Het is deze dagen opvallend mild, hoewel het toch al zo goed als november is. Zeker in het zonnetje is het genieten. En je ziet nog eens wat: een vrijwel tamme eekhoorn op het jaagpad bijvoorbeeld. Of een reiger die nu eens niet in een weiland landt, maar bovenin een kale boom.

We geven vandaag wat gas omdat de sluizen in dit district morgen stilliggen in verband met 'Toussain' (dat is Allerheiligen, weer wat geleerd). Met een kwartiertje speling halen we net de laatste sluis. De volgende sluizen liggen in een ander district en schutten morgen wel. Dus we zijn gered, om het zo maar te zeggen.

Het district eindigde na de tunnel van Braye-en-Laonnais. Daar waren we 3 kwartier voor sluitingstijd doorheen.. For the facts..

's Avonds gaan we gezellig borrelen bij Imeros. Hans en Ingrid zijn zij-instromers, dus des te interessanter om hun ervaringen te horen.

Zaterdag 1 november

Vandaag is de dag: we naderen Berry-au-Bac! Terwijl geen enkel mens in Nederland ooit van dit nietige dorpje heeft gehoord, is het in de spitsenwereld zo ongeveer het centrum van de wereld. In vrijwel elk gesprek duikt Berry-au-Bac op. Of er moet geladen worden, of gelost. Of op zijn minst langsgevaren, zoals wij dit keer. Kortom: de draaischijf voor onze schepenmaat.

Ik moet toegeven: Berry heeft wel wat. Je ziet er dat het er ooit razend druk was met tientallen spitsen die van of naar het verre zuiden gingen. De schippers gingen hun inkopen gingen doen in de Quincallerie de la Marine. De schippersvrouwen konden een deur verderop hun laatste boodschappen doen bij de epicerie.

De winkels in dit fraaie pand op de hoek van de kanaalsplitsing zijn zo te zien al jaren geleden gesloten. Dat geldt ook voor het bunkerstation op de kant, waar op een gevel het logo van Esso langzaam vervaagt. Mooi, nostalgie, maar ook wel een beetje verdrietig. Tijden die nooit meer terugkomen.

's Avonds komen de vader van Rens en zijn vrouw aan boord eten, helemaal uit Nederland. Een gezellige afwisseling van ons dagelijkse bestaan. Plus een heerlijke maaltijd en een lekker wijntje.

Zondag 2 november

Zondag of niet, de wekker gaat om 6.45 uur. We nemen de eerste sluis van het Canal de Saint Quentin. Na koffie en de tweede sluis is het al weer helemaal licht. Dat is dan weer een voordeel van de wintertijd. Hoewel: wintertijd? Ik wil het spitsenbestaan ook meemaken als het vriest dat het kraakt. Maar van enige winter is er voorlopig geen sprake. Het is uitermate zacht weer. Nou ja, ook lekker.

Maandag 3 november - Woensdag 5 november

Het Canal de Saint Quentin is het alternatief voor de spits die het drukke Canal du Nord wil mijden. Iets langzamer, maar mooi is het zeker. Want behalve dat het er lekker rustig is zijn de sluisjes prachtig en is er veel te zien op de kant.

Verderop heeft Rens gekozen voor de route via Brussel. Voor mij helemaal geweldig, omdat we dan zowel door de schepenlift van Strepy-Thieu gaan als over het hellend vlak van Ronquieres. Beiden heb ik van de zomer nog met mijn motor bezocht en van de kant bekeken. En nu dus met een schip er door. Geweldig!

Ondertussen ben ik 'aan de lijn'. Rens heeft tot nu toe steeds aangelegd, met mij in de stuurhut aan het roer en de gashendel. Nu sta ik op het voordek met de touwen. Leuk werk, en het betekent ook nog wat broodnodige lichaamsbeweging.

Via een kronkelend kanaal in een parkachtige omgeving laveren we naar hartje Brussel, waar we in het donker doorheen varen. We nemen er afscheid van de Infinita, een Nederlands schip met Duits schippersechtpaar die we voor het hellend vlak tegenkwamen. Ik heb even kennis gemaakt.

Mogelijk ga ik er over een paar weken aan boord om een weekje of twee mee te varen. "Dan heeft mijn vrouw ook eens vrij", zegt schipper Dani√ęl. Mijn Duits is geen probleem en hij laat me meteen de riante voorwoning zien: TV, wasmachine, droger, douche, eigen WC: het kan niet op. Je moet alleen niets voorop laten liggen, want met zijn 80 meter lengte is het natuurlijk wel een eind door het gangboord van de stuurhut naar het voordek en terug.

Donderdag 6 november

Vannacht hebben we onrustig geslapen bij de sluis van Zemst, een zwaar overbemeten complex voor het Zeekanaal Schelde-Brussel. Waarom is het hier zo groot? Zoveel havens zijn er niet in Brussel. Het is mogelijk een gevolg van de taalstrijd ("de Walen een grote sluis, dan Vlaanderen ook"). Of er speelt een militair belang mee, bedenk ik me: via het kanaal kan de Belgische marine met een oorlogsschip naar Brussel mocht er het om spannen in tijden van oorlog. Om de Koning te ontzetten bijvoorbeeld.

Deze reis was er al een vol hoogtepunten. Hoogtepunt met ster is wat mij betreft dat we vandaag een stukje over de Schelde gaan (een heel klein stukje, dat wel) en daarna de Rupel op. Het is vaarwater dat ik pas onlangs ontdekt heb toen ik me afvroeg hoe de Schelde er uit zou zien stroomopwaarts vanaf de kade bij de Spido in Antwerpen. Nou zo dus: een prachtige, bochtige getijderivier, met niet minder mooie modderige vertakkingen als de Durme, de Rupel en de Nete.

Na de sluis van Wintam maken we een scherpe bocht over de Schelde en draaien rustig de Rupel op. Het is net na de kentering en met toenemende stroom op de kont hoeven we maar ietsje gas te geven om de vijftien kilometer naar de sluis van het Zennegat af te leggen.

Hier varen we langs de geboortegrond van veel mooie spitsen, zoals die gebouwd werden bij roemruchte werven als Claessens en De Wachter in Boom, bij Janathijs in Rumst. Samen met die van De Durme in Tielrode aan de overkant van de Schelde behoren die toch wel tot de topstukken van de spitsencollectie.

Vier sluizen nog en we zijn in Herent.

Vrijdag 7 november

Vanochtend zijn we de eerste die gelost worden bij de mouterij van Cargill in Herent bij Leuven. Een toegewijde losploeg van Bob de Bouwers maakt ons in no time leeg. Als de gerst verwerkt is gaat de mout naar brouwerijen van ondermeer Inbev, Chimay en Westmalle, verklapt de voorman van Cargill. Met een kilo gerst maken de brouwerijen zes liter bier. Even rekenen: 255 ton betekent dan een dikke anderhalf miljoen liter bier. Er gaan vier pintjes uit een liter. Dus we hebben deze week meegewerkt aan de fabrikage van 6 miljoen pintjes. Voorwaar, een niet geringe bijdrage aan het welzijn van de mensheid! De Belgische bierdrinker zal ons ongewijfeld dankbaar zijn.

Volgende reis >